De 66 miljoen tachtigers en tachtig-plussers die de wereld vandaag telt, zullen toenemen tot 370 miljoen in 2050. Onder hen zullen we 2,2 miljoen honderdjarigen tellen (schatting van het Departement voor sociaal-economische zaken van de Verenigde Naties in 1998).
De verhoging van de gemiddelde levensduur enerzijds en de afname van het geboortecijfer anderzijds hebben een nooit geziene demografische verschuiving teweeg gebracht. Het aantal ouderen neemt voortdurend toe terwijl het aantal jongeren daalt. Dit fenomeen werd zichtbaar in de jaren '70 in de landen van het noordelijk halfrond, maar heeft ondertussen ook het zuiden bereikt, waar het zich zelfs met grotere snelheid doorzet. Het aantal personen van 60 jaar of ouder is in 1995 met meer dan 12 miljoen gestegen. Deze toename is voor bijna 80 procent aan de ontwikkelingslanden te wijten. Recente studies van de VN vertonen steeds meer correcties naar beneden in de verwachtingen voor de bevolkingsgroei van de komende decennia. In het rapport over de stand van de wereldbevolking in 1998 wordt de stagnering van de bevolkingsgroei bevestigd. Enkel een beperkt aantal Afrikaanse landen hebben nog een hoog geboortecijfer. Overal elders in de wereld, van Azië tot Latijns-Amerika, neemt het geboortecijfer voortdurend af.
In India bijvoorbeeld bedroeg de verhouding van het aantal 65-plussers tot het aantal mensen tussen de 15 en de 64 jaar 7,3 in 1990. In 2050 zal deze verhouding, de graad van afhankelijkheid, toenemen tot 23,2. In China van 8,4 tot 31. In Brazilië van 7,1 tot 28,9.
Percentuage van de bevolking dat ouder is dan 60
1991



2020
|